COACHEE spel

Als kindercoach ga ik er vanuit dat alle antwoorden in het kind, jongere en ouders zelf zitten. Het kind, jongere of ouders worden zich hiervan bewust als ze in staat worden gesteld zelf die antwoorden te zoeken, te vinden en te gebruiken. Hiermee maak ik gebruik van het COACHEE spel dat ontworpen is door Jeanette Bakker – Stam. Op 29 augustus 2014 heb ik de licentie behaald om dit spel te spelen.

Voor kinderen, jongeren en ouders die even niet meer weten hoe ze verder moeten en zoeken naar ‘eigen’ oplossingen.

COACHEE!
C oncrete en praktische werkwijze voor iedereen die met kinderen werkt.
O ntwikkeld in de kindercoach-, opleidings- en onderwijspraktijk.
A fgestemd op de zorgvraag van het kind, de ouders en de begeleider.
C ombinatie van diverse werkvormen.
H oofd, hart en handen worden aangesproken.
E ffectief hulpmiddel om het ontstane probleem naar de oplossende fase te begeleiden.
E igen kwaliteiten en talenten van zowel het kind, als de ouders en de begeleider staan voorop.

Het verhaal
Er was eens een koetsier. Hij had een prachtige koets waarin hij mensen kon vervoeren van de ene plek naar de andere plek. Soms zaten er deftige mensen in de koets. Soms voorname zakenmensen, en heel af en toe mocht de koetsier de koning en de koningin vervoeren. De reis ging langs de rivier en vaak over hobbelige wegen, langs modderige rivierpaden en over zanderige weggetjes vol gaten. De paarden van de koetsier waren gelukkig heel sterk en ze luisterden goed naar hun baas.

Op een dag staat de koetsier te wachten op nieuwe passagiers. Hij weet dat er iemand mee zal rijden die heel belangrijk is. Iemand die van de ene plek naar de andere plek moet. En die iemand, dat ben jij. Samen gaan jullie onderweg. Wat komen jullie allemaal tegen denk je?
Opeens zegt de koetsier ‘ho maar’ tegen zijn paarden. De paarden luisteren weer goed en stoppen meteen. Je bent nog lang niet op de plek van je bestemming, maar toch zegt de koetsier dat je mag uitstappen.
‘De brug is kapot’, zegt de koetsier. ‘Ik kan je tot hier brengen, maar de rest moet je zelf doen. Je moet naar de overkant van de rivier. Het enige wat ik voor je heb, is deze kist met stenen. Als je deze stenen een voor een in het water legt, kun je over de stenen springen en de overkant bereiken. Maar voor je de stenen krijgt moet je nog wel wat doen.’

Het spel
Water en stenen werken vrijwel altijd op de fantasie van kinderen. Zonder enige voorbereiding gaan kinderen slepen met de stenen, bouwen aan dammen en bruggen en genieten van het water dat zomaar een andere kant op gaat.
Dit gegeven is de basis voor het COACHEE!-spel. De rivier overwinnen door er stenen in te leggen, waardoor een pad ontstaat om naar de overkant te gaan.
Door het beantwoorden van vragen en het maken van verschillende opdrachten verzamelt het kind stenen voor dit pad. Zo komt het kind elke keer een stapje verder, leren kind en begeleider elkaar beter kennen en wordt er op een speelse manier een veilige basis gelegd voor de hulpverlening. Hulpverlening niet alleen aan kinderen, maar ook aan jongeren en ouders.

Het doel
Het COACHEE!-spel geeft de begeleider informatie over het kind en de situatie waarin het zich bevindt.
Het kind moet verschillende vragen beantwoorden of opdrachten uitvoeren. Deze vragen en opdrachten gaan over zes verschillende levensgebieden: kind en familie, kwaliteiten en talenten, zorgvraag of het probleem van het kind, het zelfbeeld en probleemoplossend vermogen, het kind op school en het hebben van en omgaan met emoties.
Door het kind verschillende werkvormen aan te bieden, kan het op diverse manieren informatie geven. De werkvormen zijn bijvoorbeeld: filosoferen, tekenen, knutselen, gebruikmaken van spel– en bewegingsvormen en gesprekken voeren.

Reacties van kinderen n.a.v. het spelen van het spel: COACHEE!
Ik wilde dat het nog niet was afgelopen… (Tim, 11 jaar)
Mag ik het volgende keer weer spelen? (Roy, 10 jaar) 
Ik vind de tekenopdrachten het leukste! (Suzanne, 8 jaar)  

Spel Coachee

 

 

 

 

 


Je ontdekt meer over iemand door een uur met hem te spelen, dan door een jaar met hem te praten. Plato